Cuppie of tea
bij Jan de Bouvrie
Wat doe je als je de enige gast bent op het feestje van Jan des Bouvrie? Je houdt je kopje thee heel stevig vast, doodsbang om het over een witte bank van driehonderd vierkante meter te laten vallen. Je durft je kopje ook nergens neer te zetten, want alle oppervlakten zijn van krasonbestendig hoogglans wit materiaal gemaakt. Je werpt steelse blikken in de kamers en de achtertuin. Aan het eind van de tuin, ongeveer tien kilometer verderop, zie je een gouden beeld van een vogel, zo hoog als een boom.
Dan is iedereen er eindelijk, en de uitgever houdt een speech. Hij heeft de achternaam van Jan opgezocht in het Franse woordenboek, en Jan heet eigenlijk Jan Ossenstal, is gebleken. “Maar wel een witte ossenstal!” roept Jan. En Jan blijkt in een donkere kamer zonder ramen geboren te zijn. Daarom moest de rest van zijn leven alles hoogglans wit zijn.
Pas bij het weggaan durf je je kopje neer te zetten, naast de onaangeroerde schaal slagroomsoesjes. Je spoedt je het witte landhuis uit. En je wou dat je Gert-Jan Droge was. Die kon dat gewoon allemaal.
Aaf, edited.








september 27th, 2007 at 10:12 am
En ik was te vroeg.
Veel te vroeg, zelfs: Jan himself reed achter mijn taxi, in een zwarte Porsche. Ik was er dus voordat de gastheer er was.