Hoera vakantie.
De veerboot van Ceram naar Ambon was tjokvol geladen met mensen en dieren. Ondanks pikzwarte wolken en een fikse bries besloot de kapitein het noodlot te tarten en het zeegat uit te varen. Vanuit de luwte van het eiland kwam de boot in volle zee terecht en de klap van de snel opkomende storm kwam hard aan. De meer dan overbeladen boot begon direct slagzij te maken en mijn vrouw en ik klommen in paniek uit het raam van onze hut en zetten ons klem met de voeten tegen de railing en de rug tegen de opbouw.
Op het voordek zagen we een vrouw overboord slaan en toen ze midscheeps langs kwam drijven, werd ze aan haar haren door twee jongens aan dek getrokken.
Vermoedelijk probeerde de kapitein het schip zo veel mogelijk met de kop in de golven te houden want het schip begon als een wild paard op de golven te steigeren en te stampen. Na enige tijd hoorden vanuit het onderdek een hevig kabaal. De koeien, die op het voordek vastgebonden stonden, waren zo angstig geworden dat ze met hun hoeven het dunne triplex voorschot aan barrels hadden getrapt. Ze vielen dwars door het gat in het ruim dat vol zat met mensen. Het gegil van vrouwen en kinderen die onder de koeien terechtkwamen, ging door merg en been. Bij iedere golf die over het voordek sloeg en door het gat van de koeien naar binnen liep, kwam het schip steeds dieper te liggen.
Mijn vrouw en ik deden onze bergschoenen en overtollige kleding uit en bespraken of het mogelijk zou zijn om naar de vaag zichtbare kust van het eiland te zwemmen als het schip ten onder zou gaan. We spraken af samen te springen voordat het schip geheel in de golven zou verdwijnen.
Na enige tijd werd het het duidelijk waarom de kapitein de koers had verlegd. We voeren naar een klein eilandje waar we in de luwte zouden kunnen schuilen. Tot ieders vreugde bereikten we, flink slagzij makend, het eiland en gingen we voor anker in rustiger water tot de storm zou luwen. We doodden de tijd door beneden in het ruim met ons reisverbandsetje kneuzingen en snijwonden te behandelen van de talrijke passagiers die door de koeien en het stampen van het schip gewond waren geraakt.
Een dag later hezen we anker en na enkele uren kwamen we veilig aan in de haven van Ambon. Dagenlang zat de adrenaline nog in mijn bloed.
Fons Wools.

October 17th, 2007 at 10:54 am
Van Cuzco, Peru, naar het Amazonewoud: eerst een hele dag lang in een -tot een soort van bus omgebouwde- diepgroene vrachtwagen door de bergen rijden (op soms wel 4000 m hoogte, onverharde wegen, hobbel de hobbel). Toen een overnachting in open hutjes, omringd door gigantische insecten die ’s nachts ongelooflijk veel herrie maakten.
October 17th, 2007 at 10:54 am
De dag erna bijna de hele dag in een klein bootje over de rivier, allemaal grauw van de vermoeidheid. Maar een week lang in een kampje zonder electriciteit, midden in het regenwoud maakte alles goed! Het ongemak is tijdelijk en snel vergeten, de foto’s en herinneringen zijn blijvend…
October 17th, 2007 at 10:55 am
Na 14 weken reizen door Zuid-Oost Azie was ik buitengewoon tevreden over het openbaar vervoer in de verschillende landen. Comfortabele dubbeldeks bussen in Thailand en een Vietnamese trein bleek niet veel te verschillen van een Franse variant. Het viel allemaal reuze mee!
Mijn laatste busreis van mijn reis ging van Siem Reap, bij Angkor Wat in Cambodja, naar Bangkok. En dat werd een onvergetelijke ervaring. ’s-Ochtends moesten we om 7 uur verzamelen voor het reisbureau. Er stonden al allerlei kleine en verroeste busjes te wachten op, zo wij dachten, Cambodjanen die een dorp verder wilden reizen. Wij, Europese bagpackers, zaten op de grond te wachten tot een fatsoenlijke, grote bus op ons kwam halen. Helaas…de busjes waren niet alleen voor de autochtone bevolking, maar ook voor ons!!
October 17th, 2007 at 10:57 am
In het busje was plaats voor hooguit twintig man, en er was geen plaats voor onze grote rugzakken. Uiteindelijk kregen de Cambodjanen het voor elkaar 30 man in de bus te proppen, de bagpacks werden achterin opgestapeld.
Geen punt als we over een goed onderhoude Thaise snelweg zouden rijden, maar dat was allerminst het geval. De weg tot aan de Thaise grens ging over zandweggetjes, met kuilen van soms een halve meter diep. Bij elke hobbel, vlogen we uit ons krakkemikkige stoel en botsten de langere onder ons met hun hoofd tegen het dak van de bus. Zelfs mijn Cambodjaanse buurman bleek verrast door deze dollemansrit, maar hij bleef lachen. Ook toen de 20 kilo zware bagpacks op onze hoofden vielen en we allemaal een bagpack op ons schoot moesten nemen om ernstige ongelukken te voorkomen, bleef hij stralen. Maar toen hij uiteindelijk door zijn stoel zakte en op de grond plaats moest nemen begon zelfs bij hem de glimlach op zijn gezicht langzaam te verdwijnen.
Over het stukje van Siem Reap van hooguit 200 km deden we ruim 10 uur. Met blaren op de kont en oranje gekleurd door het stof kwamen we bij de grens met Thailand aan. Waar tot ons grote geluk een zeer comfortabele dubbeldeksbus met airco op ons wachtte om ons naar Bangkok te brengen.