Gezocht: geen goede trainer maar een lucky trainer.
Marco van Basten is een enigmatische persoonlijkheid. Sommigen noemen hem een sfinx, anderen een raadsel verpakt in een enigma. Ik hoorde zelfs iemand hem een sfinx verpakt in een raadsel noemen, doch dat was een idioot en als er een ras is met wie we maar beter geen rekening kunnen houden is het de idioten. En nitwits. En halve debielen. En m’n buurman Jean-Francois, die een idioot is, verpakt in een nitwit.
Maar goed, wie is Marco van Basten eigenlijk? Welnu, Marco van Basten is een rijzige verschijning van boven de een meter tachtig, met een leuk gezichtje, klaar kijkende bruine oogjes, een weerspannig kapseltje en tevens is hij, als je er eens goed over nadenkt, van een gemiddelde intelligentie, terughoudend maar met een eigen willetje, beschikkend - zij het op de juiste momenten - over een spitse geest, en met een bereidheid om zich te kleden op de juiste manier. Nu en dan heeft hij een charmante glimlach op de lippen, maar vergis je niet: achter die ene glimlach verschuilt zich een hele wereld aan tegenstrijdige emoties, die hij echter voor de goede verstaander verborgen weet te houden.
Het is, kortom, geen wonder dat Marco van Basten aantrekkelijk wordt geacht zowel voor vrouwen, die in hem een seksueel attractieve gozer zien, als voor mannen, die er allemaal van dromen dat zij het zouden geweest zijn die het tweede doelpunt tegen Rusland scoorden in 1988, hoewel dat doelpunt, als we eerlijk zijn, een gepatenteerde lucky goal was. Plus een flater van de keeper. Die had maar een halve meter hoger moeten springen en hij had de bal zonder twijfel in z’n grijpgrage handjes gehad. Ik bedoel maar.
Herman Brusselmans.
