Wijk na wijk zag ik in Caïro onafgebouwd. ‘Dat doen ze expres’, zo vertelde de chauffeur, ‘dan hoeven ze geen of minder belasting te betalen.’
Die middag regende het in Caïro.
Nooit eerder was er zoveel regen in Egypte gevallen. De straten stonden blank, de smog was weggepoetst. De avondzon zette de stad in een gouden gloed.
‘Wat is Caïro mooi’, mompelde ik voor me uit, ‘wat is ze mooi’.







