Het was een eenvoudig pensionnetje. Netjes, en goed genoeg voor ons.
En het belangrijkste: er was plaats. Een vriendelijke, zij het wat morsige man, zat achter de balie. Vóór hem lag een al even morsig gastenboek; door het veelvuldig gebruik nogal beduimeld. Hij vroeg of het voor de hele nacht was? Rare vraag; ik dacht dat ik het niet goed verstaan had. Of bedoelde hij voor één nacht. We maakten hem duidelijk dat we nog niet wisten hoeveel nachten het zouden worden. Dat was voor hem geen enkel probleem. Hij knikte begrijpend en gaf ons een kamernummer op. Na de registratie kregen we een lila kaartje met het adres en de naam van het pension erop, ‘Casa Angel’.
Een voordeursleutel kregen we niet. We konden gewoon aanbellen; er was altijd iemand aanwezig. Hij riep een jonge man om ons de kamer te laten zien. Hij zag er een beetje bleek, weggetrokken uit. ‘Die heeft vast een nachtje lekker gestapt’, zeiden we zachtjes tegen elkaar. ‘Niet lachen.’
Boven was een sfeervol ingericht halletje. Aan de muren hingen heel veel spiegels.
En ook Mariabeeldjes in stolpjes met fluorescerende crucifixjes. Er slingerden wat...
.jpg)




drasties on 22/02/2012 - 6:52